druilen

werkw.
Verbuigingen:  druilde
Verbuigingen:  gedruild

1) in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen

2) langzaam handelen of spreken, traag zijn

3) regenachtig zijn, op lusteloze wijze regenen


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
aarzelen dralen drentelen hannesen miezeren talmen teuten treuzelen zaniken zeiken zeuren

2 definities op Encyclo
  1. wegen.
  2. 1) Aarzelen 2) Dralen 3) Drentelen 4) Hannesen 5) Lusteloos zijn 6) Miezeren 7) Motregenen 8) Soezen 9) Suffen 10) Talmen 11) Teuten 12) Treuzelen 13) Zaniken 14) Zeiken ...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
druilen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 92% van de Nederlanders en 89% van de Vlamingen het woord `druilen`.