hannesen

werkw.
Uitspraak:  ['hɑnəsə(n)]
Vervoegingen:  hanneste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehannest (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

niet doelmatig handelen
Voorbeelden:  `Het kind zat te hannesen met zijn schoenveters.`,
`Ik liep te hannesen met mijn telefoontje en verbrak je per ongeluk.`
Synoniem:  klungelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aarzelen dralen drentelen druilen klunzen talmen teuten treuzelen zaniken zeiken zeuren

2 definities op Encyclo
  1. 1) Aarzelen 2) Dralen 3) Drentelen 4) Druilen 5) Kloten 6) Klungelen 7) Klunzen 8) Knoeien 9) Onhandig doen 10) Onhandig te werk gaan 11) Talmen 12) Teuten 13) Treuzelen ...
  2. knoeien Jaar van herkomst: 1858 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op hannesen:
lulhannesenkloothannesen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hannesen (klungelen, knoeien)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 50% van de Vlamingen het woord `hannesen`.