klieren

werkw.
Uitspraak:  ['klirə(n)]
Vervoegingen:  klierde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geklierd (volt.deelw.)

1) doelloos gedrag vertonen waarmee je anderen ergert
Voorbeeld:  `in de klas zitten klieren`

2) (iemand) opzettelijk erg vervelend behandelen
Voorbeeld:  `Ze hebben me de hele tijd zitten klieren.`
Synoniem:  pesten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
de beest uithangen etteren griepen zeiken

4 definities op Encyclo
  1. • [inerg] zich onaangenaam gedragen
  2. 1) De beest uithangen 2) Donderjagen 3) Etteren 4) Griepen 5) Inwendige organen 6) Kijven 7) Neuzelen 8) Niet gedragen 9) Pesten 10) Plagen 11) Vervelen 12) Vervelend doe...
  3. In ons systeem van organen, weefsel en cellen zijn er bijzondere onderdelen die stoffen aanmaken die specifieke veranderingen tot stand kunnen brengen in de stofwisseling...
  4. zich gedragen als een klier; vervelend doen; etteren; klooien
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op klieren:
alvleesklierengeslachtsklierenmelkklierenpijnappelklierenschildklierenspeekselklierentalgklierentraanklierenzweetklieren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
klieren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `klieren`.