zaniken

werkw.
Uitspraak:  ['zanəkə(n)]
Vervoegingen:  zanikte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezanikt (volt.deelw.)

op een vervelende toon steeds min of meer dezelfde vraag of klacht herhalen
Voorbeelden:  `Ze blijven zaniken over hun pech.`,
`Genoeg gezanikt, aan de slag!`
Synoniem:  zeuren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aarzelen dralen dreinen drentelen druilen hannesen talmen teuten treuzelen zeiken zeuren

Taaladvies
Zanikken / zaniken: Schrijf je zanikken of zaniken?

4 definities op Encyclo
  1. zeuren Jaar van herkomst: 1809 (WNT )
  2. er op een vervelende manier telkens weer over praten of om vragen vb: ze zanikt de hele dag om snoep Synoniem: zeuren
  3. •hinderlijk ergens over blijven klagen.
  4. 1) Aarzelen 2) Chicaneren 3) Donderjagen 4) Donderstenen 5) Dralen 6) Dreinen 7) Drentelen 8) Drenzen 9) Druilen 10) Duvelen 11) Emmeren 12) Etteren 13) Femelen 14) Flikk...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zaniken (zeuren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 96% van de Nederlanders en 92% van de Vlamingen het woord `zaniken`.