weggaan

werkw.
Uitspraak:  ['wɛxan]
Vervoegingen:  ging weg (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is weggegaan (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

naar een andere plaats gaan of verdwijnen
Voorbeelden:  `Hoe laat ga je weg?`,
`De pijn gaat niet weg.`
Synoniemen:  ophoepelen, vertrekken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afgaan afreizen ga gaan gaat heengaan ketsen ontslag nemen opbreken opstappen smeren vertrekken verwijderen wegreizen wegtrekken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die weggaan betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de aftocht blazen; de benen nemen;

3 definities op Encyclo
  1. van deze plaats vandaan gaan vb: gisteren was Jan hier, maar vanmorgen is hij weggegaan Synoniemen: vertrekken opbreken
  2. •zich ergens vandaan begeven. •uitgaan, feesten. •uit een relatie stappen.
  3. 1) Afdruipen 2) Afgaan 3) Afnokken 4) Afreizen 5) Afwijken 6) Afzonderen 7) Asjeweine gaan 8) Ervandoor gaan 9) Ga 10) Gaan 11) Gaat 12) Heengaan 13) Hem smeren 14) Het a...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `weggaan`.