opstappen

werkw.
Uitspraak:  ɔpstɑpə(n)]
Vervoegingen:  stapte op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is opgestapt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) weggaan
Voorbeeld:  `Het wordt tijd dat we weer eens opstappen.`
Synoniem:  vertrekken

2) op een fiets gaan zitten
Voorbeeld:  `Als ik eenmaal rijd gaat het wel, maar opstappen en afstappen vind ik nog moeilijk.`
Antoniem:  afstappen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afreizen bestijgen gaan heengaan opbreken smeren vertrekken verwijderen weggaan wegreizen wegtrekken afstappen (antoniem)

3 definities op Encyclo
  1. als tijdelijke knecht aan boord gaan.
  2. 1) Afreizen 2) Aftreden 3) Bestijgen 4) Gaan 5) Heengaan 6) Moven 7) Ontslag nemen 8) Opbreken 9) Smeren 10) Uittreden 11) Verdwijnen 12) Vertrekken 13) Verwijderen 14) V...
  3. [Belgisch Nederlands] demonstreren, aan een betoging of andere publieke manifestatie deelnemen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `opstappen` kennen.