wegtrekken

werkw.
Uitspraak:  ['wɛxtrɛkə(n)]
Vervoegingen:  trok weg (verl.tijd enkelv.)

1) wegnemen door te trekken
Vervoegingen:  heeft weggetrokken (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `je hand wegtrekken`

2) naar een andere plaats gaan
Vervoegingen:  is weggetrokken (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `Het onweer zal straks hopelijk wel wegtrekken.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afreizen heengaan opstappen smeren uittrekken verdwijnen verlaten vertrekken verwijderen weggaan wegreizen

Taaladvies
Waar komt spierwit wegtrekken vandaan en wat betekent het? Zie Spierwit wegtrekken

1 definitie op Encyclo
  • 1) Afmarcheren 2) Afreizen 3) Aftocht 4) Aftrekken 5) Bleek worden 6) Heengaan 7) Opstappen 8) Smeren 9) Uittrekken 10) Verdwijnen 11) Verlaten 12) Vertrekken 13) Verwijd...
  • Toon uitgebreidere definities