I het thuis

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [tœys]

woning waar je woont en waar je je prettig voelt
Voorbeeld:  `In Utrecht heb ik mijn tweede thuis gevonden.`


II thuis

bijwoord
Uitspraak:  [tœys]

in je eigen woning
Voorbeelden:  `Is er iemand thuis?`,
`niemand thuis treffen`
je ergens thuis voelen  (je ergens op je gemak voelen)
doen alsof je thuis bent  (het jezelf gemakkelijk maken)
nog thuis wonen  (als volwassene nog bij je ouders wonen)
niet thuis geven  (niet reageren)
Hou je handen thuis!  (niet aankomen)
Samen uit, samen thuis.  (waar je samen aan begint, moet je ook samen afmaken)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
heem huis residentie tehuis verblijf vertrouwd woning woonhuis

Spreekwoorden en zegswijzen
• zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. (=het is nergens zo goed als thuis.)
• zoals het handje thuis tost, tost het nergens. (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis.)
• zijn trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
• wel thuis kunnen blijven (=het wel kunnen vergeten)
• van alle markten thuis zijn (=veel kunnen en handig zijn of veel weten)
Toon alle 10 spreekwoorden die thuis bevatten

Taaladvies
  1. Thuis wonende ouderen / thuiswonende ouderen: Wordt thuiswonend aaneengeschreven in de thuis wonende/thuiswonende ouderen?
  2. Thuis: (een goede / goed -) Wat is juist: we zoeken voor deze hondjes een goed thuis of een goede thuis?


7 definities op Encyclo
  1. in je woning vb: mijn dochter moet om tien uur thuis zijn ik voel me daar thuis [op mijn gemak] ik trof hem thuis [toen ik kwam, was hij in zijn woning] daar is hij goed ...
  2. Te gebruiken voor het middelpunt van iemands huishouding, dierbare relaties en interesses, samen met het comfortabele en tevreden gevoel dat hierbij wordt opgewekt. Gebru...
  3. •een plek waar iemand woont en zich veilig voelt. •op de eigen stek. • [seppart]
  4. 1) Achtergebleven 2) Bijwoord 3) Binnen 4) Binnenshuis 5) Eigen woning 6) Haardstede 7) Heem 8) Home 9) Huis 10) Honk 11) In de eigen woning 12) In eigen huis 13) In eige...
  5. [woning] - Thuis is de benaming voor de plek (het huis) waar iemand woont. Thuis is de plek waar men zich veilig voelt. Het heeft dan ook een positieve connotatie. Het w...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met thuis:
thuisbasissenthuisbezorgdthuisbezorgenthuisblijventhuisbrengenthuisclubthuisfrontthuisgebleventhuisgebrachtthuisgehoordthuisgehoudenthuisgekomenthuisgekregenthuishorenthuishulpthuiskomenthuiskomstthuislandthuislandenthuislevering
Toon alle woorden die beginnen met thuis

Deze woorden eindigen op thuis:
bezorg thuisblijf thuisbreng thuisbuurthuiseethuishoor thuiskom thuiskrijg thuisboothuisgasthuisrusthuistuchthuisslachthuis
Toon alle woorden die eindigen op thuis

Herkomst volgens etymologiebank.nl
thuis

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `thuis` kennen.