het huis

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [hœys]
Verbuigingen:  huizen (meerv.)

gebouw om in te wonen
Voorbeelden:  `een mooi huis bewonen`,
`na een logeerpartij weer naar huis gaan`
van huis zijn  (niet thuis zijn, onderweg zijn)
van huis uit  (vanuit je opvoeding) `Van huis uit ben ik katholiek, maar ik ga nooit naar de kerk.`
nog verder van huis zijn  (nog grotere problemen krijgen)
huis van bewaring  (gevangenis)
Ieder huisje heeft zijn kruisje.  (iedereen heeft zo zijn moeilijkheden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dynastie firma kribbe omhulsel onderdak oord optrekje pand perceel residentie stekkie stulp thuis verblijf woning woonhuis

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie in een glazen huis woont moet niet met stenen gooien (=wie schuldig is, moet zich niet laten opmerken)
• wat het huis verliest, brengt het weer terug. (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn.)
• veel in huis hebben (=over veel capaciteiten beschikken)
• van huis en haard verdreven (=dakloos zijn)
• steeds verder van huis raken (=verder van je doel afraken)
Toon alle 27 spreekwoorden die huis bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met huis een ander begrip versterken?
staan als een huis; vast als een huis; huizenhoog; de huid vol schelden
Hoe kun je huis krachtiger uitdrukken?
huis als een kasteel; kast van een huis;

13 definities op Encyclo
  1. kasteel, slot
  2. Het VN-verdrag (BuPo) verbiedt willekeurige inmenging in privé-leven, huis en briefwisseling. Een daaruit voortvloeiende wetgeving is die betreffende huiszoeking. Het re...
  3. succes, zekerheid, geborgenheid, projecten komen van de grond.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (...zen), gebouw ter bewoning van menschen; woning, woonplaats (in het algemeen); handelshuis, firma; haardstede; familie, gezin; af...
  5. het totaal van wangen(1) en bruggen(5) van een blok.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met huis:
huis van bewaringhuis-aan-huisbladhuis-tuin-en-keuken-huisadreshuisadressenhuisarresthuisartshuisartsenhuisartsenposthuisartsenpraktijkhuisbaashuisbazenhuiscentralehuisdehuisdealershuisdenhuisdeurhuisdierhuisdierenhuisdokter
Toon alle woorden die beginnen met huis

Deze woorden eindigen op huis:
bejaardenhuisbenedenhuisbezorg thuisblijf thuisblijf-van-mijn-lijfhuisbovenhuisbreng thuisbuurthuisdiaconessenhuisdorpshuiseethuisgekkenhuisgemeentehuisherenhuishoor thuishuurhuisinloophuisklokhuiskoetshuiskoffiehuis
Toon alle woorden die eindigen op huis

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. huis (gebouw als woning)
  2. huis (soort steur)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `huis`.