thuisbrengen

werkw.
Uitspraak:  ['tœysbrɛŋə(n)]
Vervoegingen:  bracht thuis (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft thuisgebracht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) naar huis of (bij iemand) aan huis brengen
Voorbeeld:  `Ik kom je halen en dan zal ik je vanavond ook wel thuisbrengen.`

2) kunnen zeggen waar iets of iemand bij hoort
Voorbeeld:  `iets proeven waarvan je de smaak niet kunt thuisbrengen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
herkennen plaatsen

4 definities op Encyclo
  1. • [ditr] iets of iemand naar huis vervoeren. • tweede betekenisomschrijving • enz.
  2. naar huis brengen vb: de leraar bracht het zieke meisje thuis het niet kunnen thuisbrengen [niet weten waar je het van kent]
  3. Spreekwoorden: (1914) Iemand (of iets) niet kunnen thuisbrengen d.w.z. niet kunnen zeggen waar iemand thuishoort, wie of wat hij (het) is, er geen weg mee weten. In de 18...
  4. 1) Aan huis afleveren 2) Herkennen 3) Plaatsen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
thuisbrengen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `thuisbrengen`.