thuishulp

zelfst.naamw. (de)

1) de zorg voor hulpbehoevenden op het gebied van dagelijkse verzorging en/ of huishoudelijk werk
Voorbeeld:  `- De thuishulp is goed geregeld in Nederland maar kan natuurlijk altijd beter.`

2) iemand die hulpbehoevenden helpt op het gebied van dagelijkse verzorging en/of huishoudelijk werk
Voorbeelden:  `- De thuishulp was heel vriendelijk voor de oude dame.`,
`- „De chauffeur heeft mij tot in het gebouw gebracht. Ik had in de auto ook leuke gesprekken met hem, over zijn vrouw en over andere dagelijkse dingen. Bij het koor zingt ook mijn dochter Mirjam. Ik had die ochtend geen sokken aangekregen, ik had de thuishulp afgebeld. Mirjam heeft dus bij het koor mijn sokken aangetrokken. Je moet inventief en geduldig zijn op deze leeftijd.” `,
`Sy sprongh mijn strack op mijn Schoodt,<br />Hondtje sey sij laadt ons hupsen,(…)`


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  1. 1) Au pair 2) Thuiszorg
  2. hulp die in het kader van sociale zorgverlening wordt geboden aan thuisverblijvende zorgbehoevenden zoals zieken, gehandicapten of bejaarden, onder meer op het vlak van d...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `thuishulp`.