de thuisclub

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['tœysklʏp]
Verbuigingen:  thuisclub|s (meerv.)

ploeg die een thuiswedstrijd speelt
Voorbeeld:  `de supporters van een thuisclub`
Antoniem:  uitclub

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. club die een wedstrijd op het eigen veld of in de eigen sporthal speelt; club die een thuiswedstrijd speelt; thuisspelende club
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `thuisclub`.