tergen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtɛrgə(n)]
Afbreekpatroon:  ter·gen
Vervoegingen:  tergde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getergd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iemand zó gemeen plagen dat hij of zij boos wordt
Synoniemen:  treiteren, sarren, tarten,


Synoniemen
jennen   koeioneren   kwellen   narren   pesten   plagen   provoceren   sarren   stangen   tarten   treiteren   uitdagen   zieken   

5 definities op Encyclo
  • • [ov] iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren. • tweede betekenisomschrijving • enz.
  • hem steeds weer gemeen plagen vb: ze hebben de meester zo getergd dat hij ontslag nam Synoniemen: jennen sarren treiteren
  • 1) Kwellen 2) Sarren 3) Hevig kwellen 4) Heftiger maken 5) Hinderen 6) Pesten 7) Iemand doen watertanden 8) Kwetsen 9) Plagen 10) Treiteren 11) Op stang jagen 12) Jennen 13) Greten 14) Provocerend plagen 15) Prikkelen 16) Pijnigen 17) Narren 18) Koeioneren 19) Boos maken 20) Boosmaken 21) Provoceren
  • kwellen
  • kwellen Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tergen:
tergend

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tergen (sarren)

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van tergen?
De verleden tijd van tergen is 'tergde'. Het voltooid deelwoord is 'heeft getergd'.
Wat betekent tergen?
'iemand zó gemeen plagen dat hij of zij boos wordt'
Hoe spel je tergen?
tergen spel je T E R G E N
Wat is een ander woord voor tergen?
Andere woorden voor tergen zijn jennen, koeioneren, kwellen, narren, pesten, plagen, provoceren, sarren, stangen, tarten, treiteren, uitdagen en zieken.

Op andere websites
Zoek tergen op Woordenlijst.org
Zoek tergen op Google
Zoek tergen op Wikipedia