stangen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstɑŋə(n)]
Vervoegingen:  stangde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestangd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iemand) doelbewust boos maken
Voorbeeld:  `Hij zit me altijd te stangen.`
Synoniem:  pesten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jennen pesten plagen sarren tarten tergen treiteren uitdagen zieken

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Boos maken 2) Iemand boos maken 3) Iemand op de kast jagen 4) Jennen 5) Kwaad maken 6) Op de kast jagen 7) Op stang jagen 8) Pesten 9) Plagen 10) Sarren 11) Staven 12)...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op stangen:
drijfstangenzuigerstangen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stangen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `stangen`.