instrueren

werkw.
Uitspraak:  [ɪnstry'werə(n)]
Vervoegingen:  instrueerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geïnstrueerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(iemand) leren hoe hij/zij iets moet doen of hoe iets moet gebeuren
Voorbeelden:  `een nieuwe collega instrueren hoe die de machines moet bedienen`,
`na het incident de leerlingen instrueren dat alleen de schoolleider de pers te woord staat`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
doceren opdracht geven opdragen

4 definities op Encyclo
  1. zeggen dat hij het moet doen vb: zij heeft hem geïnstrueerd zijn mond te houden Synoniemen: opleggen opdragen gebieden gelasten aanwijzingen geven, iets leren vb: hij in...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik instrueerde, heb geïnstrueerd), onderwijzen, onderrigten; eene gedragslijn voorschrijven; ...
  3. 1) Briefen 2) Doceren 3) Leren 4) Onderrichten 5) Onderwijzen 6) Opdragen
  4. onderrichten Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
instrueren (aanwijzingen geven, onderrichten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `instrueren`.