jennen

werkw.
Uitspraak:  [ˈjɛnə(n)]
Vervoegingen:  jende (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gejend (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

plagen
Voorbeeld:  `Zit me niet zo te jennen, ik heb er schoon genoeg van.`
Synoniemen:  pesten, sarren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
pesten plagen sarren stangen tarten tergen treiteren uitdagen zieken

6 definities op Encyclo
  1. (Bargoens, 1914) liegen
  2. hem steeds weer gemeen plagen vb: ze jennen die jongen met de rode haren voortdurend Synoniemen: sarren treiteren tergen
  3. • [ov] pesten, uitdagen.
  4. 1) Judassen 2) Narren 3) Peeën 4) Pesten 5) Plagen 6) Sarren 7) Stangen 8) Tarten 9) Tergen 10) Treiteren 11) Uitdagen 12) Zieken
  5. Amsterdams woord voor sarren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
jennen (plagen, treiteren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `jennen`.