plagen

werkw.
Uitspraak:  [ˈplaxə(n)]
Vervoegingen:  plaagde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geplaagd (volt.deelw.)

(iemand) zonder kwaadaardige bedoeling proberen boos te maken
Voorbeeld:  `iemand plagen met zijn rare schoenen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
foppen jennen koeioneren kwellen kwellingen narren pesten rampen sarren stangen tarten tergen treiteren uitdagen verschrikkingen zieken

Taaladvies
Waar komt iemand op stang jagen vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie Op stang jagen

5 definities op Encyclo
  • Plagen is het op speelse wijze prikkelen van een ander door middel van verbale en fysieke grapjes. Ook kan het plagen wederzijds zijn, en kan men ook een dier plagen. Ve...
  • voor de grap boos proberen te maken vb: mijn broers plagen hun zusje altijd erdoor gehinderd worden vb: hij wordt geplaagd door kiespijn
  • 1) Boos maken 2) Doen lijden 3) Donderen 4) Dreinen 5) Drenzen 6) Dwarsliggen 7) Dwarszitten 8) Folteren 9) Foppen 10) Gemelijk zijn 11) Grieven 12) Hem kwellen 13) Hinde...
  • De biologische sector gebruikt geen chemische bestrijdingsmiddelen om plagen, plantenziekten en onkruid te bestrijden. Deze aanpak heeft voordelen voor het milieu. De bio...
  • speels kwellen Jaar van herkomst: 1265-1270 (CG Lut.K )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op plagen:
    overhooplagensprinkhanenplagen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    plagen (speels kwellen)