treiteren

werkw.
Uitspraak:  [ˈtrɛitərə(n)]
Vervoegingen:  treiterde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getreiterd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

gemeen plagen
Synoniemen:  pesten, sarren, tergen, tarten (2), ,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jennen koeioneren kwellen narren pesten plagen sarren stangen tarten tergen uitdagen zieken

Intensiveringen
Hoe kun je treiteren krachtiger uitdrukken?
het bloed onder de nagels vandaan treiteren;

4 definities op Encyclo
  1. •rottigheid uithalen ten nadele van iemand met het doel diegene dwars te zitten.
  2. 1) Boos maken 2) Boosmaken 3) Donderjagen 4) Dreinen 5) Drenzen 6) Duivelen 7) Duvelen 8) Dwarsliggen 9) Dwarszitten 10) Foeteren 11) Griepen 12) Hem kwellen 13) Huilen 1...
  3. hem steeds weer gemeen plagen vb: ik werd vroeger getreiterd op school Synoniemen: jennen sarren tergen
  4. plagen Jaar van herkomst: 1733 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
treiteren (sarren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `treiteren`.