sarren

werkw.
Uitspraak:  ['sɑrə(n)]
Vervoegingen:  sarde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesard (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iemand plagen of lastigvallen totdat die persoon kwaad wordt
Voorbeeld:  `de spelers van het andere team sarren`
Synoniemen:  treiteren, jennen, tergen,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
jennen koeioneren kwellen narren pesten plagen stangen tarten tergen treiteren uitdagen zieken

5 definities op Encyclo
  1. hem steeds weer gemeen plagen vb: deze jongen doet niet anders dan sarren Synoniemen: jennen treiteren tergen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik sarde, heb gesard), tergen. *...RER, m., *...STER, v. (-s), terger, tergster. *...RING,...
  3. •iemand voortdurend lastig vallen. • tweede betekenisomschrijving •:"Zin met het 'paginawoord' in de tweede betekenis erin." • enz.
  4. 1) Darren 2) Dwarszitten 3) Fel plagen 4) Folen 5) Gemelijk zijn 6) Huilen 7) Jennen 8) Judassen 9) Koeioneren 10) Kwellen 11) Narren 12) Negeren 13) Nijdassen 14) Pesten...
  5. plagen Jaar van herkomst: 1357 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sarren (plagen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 82% van de Vlamingen het woord `sarren`.