regelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈrexələ(n)]
Vervoegingen:  regelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geregeld (volt.deelw.)

zo handelen dat iets wat je wilt ook gebeurt
Voorbeelden:  `voor het hele gezelschap transport naar de luchthaven regelen`,
`het verkeer regelen`,
`Alles was prima geregeld; iedereen was tevreden.`
Synoniem:  organiseren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanrichten afdoen afgesproken afspreken afstellen afstemmen arrangeren bedisselen bepalen bijstellen ensceneren iets op touw zetten in orde maken inregelen instellen klaren ordenen organiseren ritselen schikken

Spreekwoorden en zegswijzen
• tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Schrijf je zelfstandige naamwoorden met het achtervoegsel -ing die van een werkwoordelijke uitdrukking zijn afgeleid, aan elkaar? Zie de inderminneregeling / in der minne regelen / het in der minne regelen
  2. Waar komt `Het is in kannen en kruiken` vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie In kannen en kruiken
  3. Klopt het gebruik van onregelmatigheden in een zin als `Er hebben zich na de voetbalwedstrijd onregelmatigheden voorgedaan`? Zie Onregelmatigheden / ongeregeldheden


5 definities op Encyclo
  • •zorgen dat het gebeurt.
  • ervoor zorgen dat alles goed gaat vb: de agent regelt het verkeer Synoniemen: kanaliseren coördineren
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal van post-, telegraaf- en telefoonpersoneel` 1914 in gemeen overleg regelen.
  • 1) Aanpassen 2) Aanrichten 3) Afdoen 4) Afgesproken 5) Afhandelen 6) Afhaspelen 7) Afpraten 8) Afspreken 9) Afstellen 10) Afstemmen 11) Afwikkelen 12) Arrangeren 13) Bedi...
  • schikken, inrichten Jaar van herkomst: 1522 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op regelen:
    beregelendwangmaatregelengrondregelenkurkentrekkerregelenlinkerhandregelenmaatregelenontregelenrechterhandregelenstrafmaatregelenveiligheidsmaatregelenvergeldingsmaatregelenversoepelingsmaatregelen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    regelen (in orde maken, verzorgen)