afspreken

werkw.
Uitspraak:  ɑfsprekə(n)]
Vervoegingen:  sprak af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgesproken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

een afspraak maken
Voorbeelden:  `afspreken om op een terrasje iets te gaan drinken`,
`met je ouders afspreken dat je vanavond om elf uur thuis bent`
Synoniem:  overeenkomen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
accorderen afgesproken arrangeren bedisselen beslissen elkaar ontmoeten elkaar zien iets overeenkomen overeenkomen regelen samenkomen treffen

Intensiveringen
Uitdrukkingen die afspreken betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
iets kortsluiten met iemand;

5 definities op Encyclo
  1. er iets over aan elkaar beloven vb: we spreken af dat we deze zomer samen op vakantie gaan Synoniem: overeenkomen
  2. •een onderling vergelijk vastleggen.
  3. 1) Accorderen 2) Afgesproken 3) Arrangeren 4) Bedingen 5) Bedisselen 6) Beslissen 7) Conveniëren 8) Een afspraak maken 9) Mondeling overeenkomen 10) Onderspreken 11) Ove...
  4. Fr: accord [contractenrecht] oneig. gebruik voor overeenkomst, overeenkomen…
  5. Eng: appointment / agreement [overeenkomstenrecht] overeenkomst. Bijv. `afspraak is afspraak`: de overeenkomst of belofte moet worden nagekomen Art 217…
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `afspreken` kennen.