arrangeren

werkw.
Uitspraak:  [ɑrãˈʒerə(n)]
Vervoegingen:  arrangeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gearrangeerd (volt.deelw.)

1) regelen, organiseren
Voorbeeld:  `een ontmoeting met de minister arrangeren`

2) in een bepaald patroon ordenen
Voorbeeld:  `de alinea's anders arrangeren`
Synoniem:  schikken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanrichten afspreken bedisselen bewerken groeperen iets op touw zetten indelen inrichten instrumenteren ordenen organiseren orkestreren regelen schikken systematiseren

4 definities op Encyclo
  • regelen en laten ontstaan vb: wij arrangeerden een feestje toen hij geslaagd was Synoniemen: organiseren beleggen in een regelmatig patroon neerzetten vb: ik had het zó ...
  • 1) Aanrichten 2) Afspreken 3) Bedisselen 4) Bewerken 5) Bewerken van een muziekstuk 6) Groeperen 7) In orde brengen 8) Indelen 9) Inrichten 10) Instrumenteren 11) Muzikaa...
  • Het samenstellen van leerobjecten met behulp van leereenheden.
  • schikken Jaar van herkomst: 1669 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    arrangeren (regelen, in orde brengen; bewerken van een muziekstuk)