planten

werkw.
Uitspraak:  [ˈplɑntə(n)]
Vervoegingen:  plantte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geplant (volt.deelw.)

(planten en bomen) op een bepaalde plaats in de grond zetten
Voorbeeld:  `een appelboom planten`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aankweken aanplant aanplanten beplanting fokken genereren gewas groen in de grond zetten kweken neerzetten opkweken poten procreëren telen vegetatie verbouwen verplanten voortbrengen

Spreekwoorden en zegswijzen
• Ga patatten planten (=Loop naar de maan)
• de vaan van de opstand planten (='n opstand verwekken)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
(hoofdletters?) Krijgen namen van dier-, planten- en fruitsoorten een hoofdletter? Zie Dier-, plant- en fruitnamen

12 definities op Encyclo
  • Wetenschappelijke naam: Plantae Onderscheiden groepen: Oermossen  Mossen Levermossen Bladmossen Hauwmossen Vroege vaatplanten Vaatplanten Rhynia`s Oerwolfsklauwen...
  • vegetaties sporenplanten zaadplanten flora van waddenflora van kwelders varens orchideeënlamsoorpinksterbloem
  • zie: Drents district
  • Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 hop planten.
  • in de grond zetten om te laten groeien vb: %NEISJE% plant de nieuwe struiken in de border Synoniem: poten Tegenstelling: rooien ergens neerzetten vb: hij plantte de stoel...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met planten:
    plantenetendplanteneterplantenetersplantenfysiologieplantengemeenschapplantengeslachtenplantengroeiplantenmuurplantenspuit

    Deze woorden eindigen op planten:
    aanplantenaardbeiplantenbeplantengarnalenplanteninplantenkoffieplantenomplantensporenplantentabaksplantenuitplantenverplantenvoortplantenwaterplantenwoekerplanten

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    planten (in aarde zetten)