omplanten

werkw.
Verbuigingen:  plantte om
Verbuigingen:  omgeplant

1) (een plant) op een andere plaats zetten.
Voorbeeld:  `Volgens mij staat die struik daar veel te vochtig en moet je ze omplanten naar een drogere plek.`

2) (twee planten) van plaats verwisselen.
Voorbeeld:  `Die begonia's zouden beter gedijen waar nu die tulpen staan; je zou ze beter omplanten.`


Bron: WikiWoordenboek.