verbouwen

werkw.
Uitspraak:  [vərˈbɑuwə(n)]
Vervoegingen:  verbouwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft verbouwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een gebouw of ruimte) ingrijpend veranderen architectuur
Voorbeeld:  `de badkamer verbouwen`
Als je niet aan hun eisen voldoet, komen ze de boel even verbouwen.  (als je niet doet wat ze zeggen, komen ze alles vernielen)

2) (gewassen) telen landbouw
Voorbeeld:  `op een klein lapje grond je eigen groente verbouwen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aankweken aanplanten fokken genereren kweken opknappen opkweken planten procreëren telen vertimmeren voortbrengen

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] over-, anders bouwen; bespitten, omploegen (van landerijen); voortbrengen (vruchten); bouwende ...
  2. laten groeien uit zaad vb: deze boer verbouwt aardappels Synoniem: kweken gedeeltelijk afbreken en weer opbouwen vb: wij hebben dit voorjaar ons huis verbouwd
  3. 1) Aanbouwen 2) Aankweken 3) Aanplanten 4) Een pak slaag geven 5) Fokken 6) Genereren 7) Grondig vernielen 8) Herbouwen 9) In elkaar slaan 10) Kort en klein slaan 11) Kwe...
  4. [Nederlands] op een akker telen, kweken
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
verbouwen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `verbouwen` kennen.