inplanten

werkw.
Uitspraak:  ['ɪmplɑntə(n)]
Vervoegingen:  plantte in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingeplant (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (gewas) in de grond zetten
Voorbeeld:  `planten machinaal inplanten`
Synoniem:  planten

2) in het lichaam brengen medisch
Voorbeelden:  `embryo's inplanten in de baarmoeder van een vrouw die geen kind kan krijgen`,
`een pacemaker inplanten bij een hartpatiënt`
Synoniem:  implanteren

3) zorgen dat iets ergens komt
Voorbeelden:  `windturbines inplanten`,
`je onderneming inplanten in de markt van industriële vloeren`
Synoniemen:  neerzetten, vestigen

4) in praktijk brengen
Voorbeeld:  `een projectmanagementmethode inplanten`
Synoniem:  implementeren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
implanteren

2 definities op Encyclo
  1. 1) Implanteren 2) Inenten 3) Inpoten
  2. [Belgisch Nederlands] gebouwen of bedrijven op een bepaalde plaats vestigen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 94% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inplanten`.