de plaag

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [plax]
Verbuigingen:  plagen (meerv.)

gebeurtenis waar veel mensen veel last van hebben, meestal veroorzaakt door kleine dieren
Voorbeelden:  `muizenplaag`,
`sprinkhanenplaag`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
epidemie pest zegen (antoniem)

Intensiveringen
Hoe kun je plaag krachtiger uitdrukken?
ware plaag;

7 definities op Encyclo
  1. Ongeremde vermenigvuldiging van een bepaald soort organisme.
  2. De voortdurende aanwezigheid van ongedierte, vooral in groten getale. Categorie: Abstracte Begrippen > milieubegrippen.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (plagen), kwelling, verdriet; geesel; kastijding, straf; onheil, ramp; (bijbelsche uitdrukking.) de tien plagen van Egypte. ~GEEST, ...
  4. onheil Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  5. grote ramp of kwelling vb: we hadden deze zomer een mierenplaag
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met plaag:
plaagdeplaagdenplaaggeestenplaagt

Deze woorden eindigen op plaag:
geplaagoplaagtoplaagsprinkhanenplaag

Herkomst volgens etymologiebank.nl
plaag (ramp, onheil, iets onaangenaams)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `plaag` kennen.