opstoken

werkw.
Uitspraak:  ɔpstokə(n)]
Vervoegingen:  stookte op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgestookt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (brandstof) verbranden
Voorbeeld:  `de hele wintervoorraad opstoken`

2) (iemand) opgewonden maken waardoor hij of zij iets onverstandigs gaat doen
Voorbeeld:  `Zijn vrienden hadden hem opgestookt om een auto te stelen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanblazen aanstoken aanwakkeren aanzetten agiteren opfokken ophitsen opjutten oppoken opruien opstokerij opwinden poken schudden stoken verbruiken

3 definities op Encyclo
  1. veel druk uitoefenen om iemand iets te laten doen vb: zij heeft haar broer opgestookt om die inbraak te plegen Synoniemen: opzwepen ophitsen feller laten branden vb: hij ...
  2. 1) Aanblazen 2) Aanboeten 3) Aandrijven 4) Aanhitsen 5) Aanschenden 6) Aanstoken 7) Aanvuren 8) Aanwakkeren 9) Aanzetten 10) Agiteren 11) Hitsen 12) Instigeren 13) Kwaads...
  3. [Belgisch Nederlands] influisteren, voorzeggen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
opstoken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `opstoken`.