frauderen

werkw.
Uitspraak:  [frɑu'derə(n)]
Vervoegingen:  fraudeerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefraudeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

fraude plegen
Voorbeeld:  `De frauderende bankmedewerker is ontslagen.`
Synoniem:  sjoemelen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedriegen

5 definities op Encyclo
  1. bedrog plegen door een foute administratie vb: hij heeft gefraudeerd door een valse handtekening te zetten Synoniem: zwendelen
  2. 1) Bedriegen 2) Bedrog plegen 3) Fraude plegen 4) Oplichten 5) Smokkelen 6) Zwendelen
  3. [Nederlands] Bedrog plegen
  4. Eng: fraud [fiscaal recht] bedrog, bedriegen; fiscale ~: ontduiking van belastingvoorschriften. Bijv. de Rotterdamse wethouder van fysieke infrastructu…
  5. bedriegen Jaar van herkomst: 1451 (HWS )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
frauderen (bedriegen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `frauderen`.