de fraude

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈfrɑudə]
Verbuigingen:  fraude|s (meerv.)

oplichting door het vervalsen van de administratie of het niet nakomen van de regels
Voorbeeld:  `belastingfraude`
Synoniem:  zwendel

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedrog malversatie onregelmatigheden ontvreemding verdonkeremaning verduisteren verduistering zwend zwendel

18 definities op Encyclo
  • Nederlandsche handelswoorden uit het Frans (1914): bedrog, smokkelarij.
  • fiscaal recht: bedrog, bedriegen; fiscale ~: ontduiking van belastingvoorschriften. Bijv. de Rotterdamse wethouder van fysieke ...
  • bedrog door verkeerde administratie vb: de boekhouder heeft fraude gepleegd Synoniem: zwendel
  • handelwijze die erin bestaat dat iemand een persoon of personen dan wel een instantie of instanties opzettelijk bedriegt door gegevens te vervalsen of te verzwijgen; bedr...
  • zie gebreken in wijn
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met fraude:
    fraudebestendigfraudebestendigheidfraudeerfraudeerdefraudeerdenfraudeertfraudegevoeligfraudegevoeligheidfrauderenfraudesfraudeteamsfraudeurfraudeursfraudezaak

    Deze woorden eindigen op fraude:
    belastingfraudebijstandsfraudebouwfraudebulgarenfraudeexamenfraudefaillissementsfraudeidentiteitsfraudeinternetfraudeklikfraudekruimelfraudemiljardenfraudemiljoenenfraudestembusfraudesteunfraudeuitkeringsfraudevastgoedfraudeverkiezingsfraudeverzekeringsfraude

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    fraude (valsheid in geschrifte)