de deemstering

zelfst.naamw. (v.)
Verbuigingen:  deemsteringen

1) de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
Voorbeeld:  `De deemstering komt vroeg in de winter.`

2) tussen licht en donker, op de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
Voorbeeld:  `Door de deemstering kon hij enkel de vage contouren van zijn vrienden onderscheiden.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
donkerte duisternis halfdonker schemer schemerdonker schemeren schemering schemerlicht

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Donkerte 2) Duisternis 3) Halfdonker 4) Schemer 5) Schemerdonker 6) Schemeren 7) Schemering 8) Schemerlicht 9) Tussen licht en donker 10) Vallende duisternis
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
deemstering (schemering)