schudden

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxʏdə(n)]
Vervoegingen:  schudde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschud (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

snel heen en weer, of op en neer bewegen
Voorbeelden:  `iemand wakker schudden`,
`Goed schudden voor gebruik!`
nee schudden  (door je hoofd heen en weer te draaien duidelijk maken dat je iets niet wilt of niet goedvindt)
Je kunt het wel schudden.  (het is duidelijk dat het niet doorgaat)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
agiteren beven heen en weer bewegen husselen ophitsen opruien opstoken opwinden spartelen trillen wankelen wiegelen

Spreekwoorden en zegswijzen
• iets uit zijn mouw schudden (=zonder moeite met iets komen)
• het wel kunnen schudden (=het wel kunnen vergeten)
• de lever doen schudden (=doen schaterlachen)
• de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met schudden een ander begrip versterken?
schudden van het lachen;

7 definities op Encyclo
  1. het een aantal keren bewegen vb: ik schud het pak melk nee schudden [je hoofd van links naar rechts bewegen] de kaarten schudden [ze door elkaar doen] hem de hand schudde...
  2. Schudden is het heen en weer of het op en neer bewegen van het spierweefsel.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik schudde, heb geschud), met min of meer kracht heen en weder bewegen of doen bewegen; sc...
  4. •snel heen en weer bewegen om iets te mengen.
  5. 1) Agiteren 2) Beven 3) Bewegen 4) Daveren 5) Door elkaar gooien 6) Drillen 7) Heen en weer bewegen 8) Husselen 9) Hutselen 10) Kaartterm 11) Knikken 12) Met kracht heen ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op schudden:
opschudden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schudden (heen en weer bewegen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schudden` kennen.