schudden

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxʏdə(n)]
Vervoegingen:  schudde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschud (volt.deelw.)

snel heen en weer, of op en neer bewegen
Voorbeelden:  `iemand wakker schudden`,
`Goed schudden voor gebruik!`
nee schudden  (door je hoofd heen en weer te draaien duidelijk maken dat je iets niet wilt of niet goedvindt)
Je kunt het wel schudden.  (het is duidelijk dat het niet doorgaat)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
agiteren beven heen en weer bewegen husselen ophitsen opruien opstoken opwinden spartelen trillen wankelen wiegelen

Spreekwoorden en zegswijzen
• iets uit zijn mouw schudden (=zonder moeite met iets komen)
• het wel kunnen schudden (=het wel kunnen vergeten)
• de lever doen schudden (=doen schaterlachen)
• de engeltjes schudden hun kussens uit (=het sneeuwt)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Waar komt `Je kunt het wel schudden` vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie Je kunt het wel schudden

Intensiveringen
Hoe kun je met schudden een ander begrip versterken?
schudden van het lachen;

6 definities op Encyclo
  • Schudden is een cabaretduo, bestaande uit Emiel de Jong (1973) en Noël van Santen (1973). De twee ontmoetten elkaar bij de toneelclub op de middelbare school. Noël gin...
  • •snel heen en weer bewegen om iets te mengen.
  • het een aantal keren bewegen vb: ik schud het pak melk nee schudden [je hoofd van links naar rechts bewegen] de kaarten schudden [ze door elkaar doen] hem de hand schudde...
  • 1) Agiteren 2) Beven 3) Bewegen 4) Daveren 5) Door elkaar gooien 6) Drillen 7) Heen en weer bewegen 8) Husselen 9) Hutselen 10) Kaartterm 11) Knikken 12) Met kracht heen ...
  • heen en weer bewegen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op schudden:
    omomschuddenopopschuddenopschuddenuituitschudden

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    schudden (heen en weer bewegen)