stoken

werkw.
Uitspraak:  [ˈstokə(n)]
Vervoegingen:  stookte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestookt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een ruimte) met een kachel verwarmen
Voorbeeld:  `je huis warm stoken in de winter`

2) als brandstof gebruiken
Voorbeelden:  `hout stoken in de open haard`,
`een vuurtje stoken`

3) (sterkedrank) maken uit alcoholhoudende vloeistof
Voorbeeld:  `brandewijn stoken`
Synoniem:  distilleren

4) proberen mensen ruzie te laten krijgen
Voorbeeld:  `stoken in een goed huwelijk`
Synoniem:  ophitsen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanblazen aanstoken aanwakkeren brandstof distilleren kachel ophitsen oppoken opporren opruien opstoken oven poken vuur

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik stookte, heb gestookt), vuur aanleggen, - onderhouden; ik stook (gebruik) altijd kolen ...
  2. laten branden vb: op het strand hebben ze een groot vuur gestookt veel moeten stoken [de verwarming veel moeten laten branden]
  3. 1) Aanblazen 2) Aanhitsen 3) Aanstoken 4) Aanwakkeren 5) Brandend houden 6) Destilleren 7) Distilleren 8) Doen branden 9) Duwen 10) Fabriceren van drank 11) Intrigeren 12...
  4. laten branden Jaar van herkomst: 1350 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op stoken:
afgestokenbestokendoodgestokeningestokenopgestokenopstokenovergestokenoverhoopgestokentegengestokentoegestokenuitgestokenverstokenvoorbijgestokenvoorgestokenvooruitgestokendoorstokenweggestokenaangestoken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stoken (porren; laten branden; opruien)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `stoken`.