stoken

werkw.
Uitspraak:  [ˈstokə(n)]
Vervoegingen:  stookte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestookt (volt.deelw.)

1) (een ruimte) met een kachel verwarmen
Voorbeeld:  `je huis warm stoken in de winter`

2) als brandstof gebruiken
Voorbeelden:  `hout stoken in de open haard`,
`een vuurtje stoken`

3) (sterkedrank) maken uit alcoholhoudende vloeistof
Voorbeeld:  `brandewijn stoken`
Synoniem:  distilleren

4) proberen mensen ruzie te laten krijgen
Voorbeeld:  `stoken in een goed huwelijk`
Synoniem:  ophitsen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanblazen aanstoken aanwakkeren brandstof distilleren kachel ophitsen oppoken opporren opruien opstoken oven poken vuur

Taaladvies
Is dit juist: de te verwarmen ruimte? Zie de te verwarmen ruimte

3 definities op Encyclo
  • laten branden vb: op het strand hebben ze een groot vuur gestookt veel moeten stoken [de verwarming veel moeten laten branden]
  • laten branden Jaar van herkomst: 1350 (MNW )
  • 1) Aanblazen 2) Aanhitsen 3) Aanstoken 4) Aanwakkeren 5) Brandend houden 6) Destilleren 7) Distilleren 8) Doen branden 9) Duwen 10) Fabriceren van drank 11) Intrigeren 12...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op stoken:
    aangestokenafgestokenbestokendoodgestokendoorgestokendoorstokeningestokenontstokenopgestokenopstokenovergestokenoverhoopgestokentegengestokentoegestokenuitgestokenverstokenvoorbijgestokenvoorgestokenvooruitgestokenweggestoken

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    stoken (porren; laten branden; opruien)