de lul

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [lʏl]
Verbuigingen:  lul|len (meerv.)

1) mannelijk geslachtsorgaan
Synoniem:  penis

2) <scheldwoord>
Synoniem:  zak

3)
de lul zijn informeel   (pech hebben)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dupe eik eikel hond klootzak lid paal penis piem piemel pik pineut roede schobbejak schoelje schoft sigaar smeerlap sukkel tampeloerus worst

Intensiveringen
Hoe kun je met lul een ander begrip versterken?
trots als een hond met zeven lullen;

5 definities op Encyclo
  • iemand die erg onhandig is vb: het is toch zo'n lul in die dingen lulletje rozenwater [sullige, onmannelijke man] lulhannes [onbenullig iemand] voor lul staan [je belache...
  • [band] - LUL was een Friese, Engelstalige punkband die tussen 1987 en 1994 actief was. Ze bestond uit Maarten Pieter Holwerda (gitaar, zang), Klaas Schippers (basgitaar,...
  • penis - Jaar van herkomst: 1717 (WNT lul III ) scheldwoord: sukkel, sul - Jaar van herkomst: 1678 (WNT lul IV )
  • (lul, lulle) zeventiende eeuwse benaming voor kluiver. Volgens een enkele bron ook een gewone (stag)fok. In deze betekenis was het woord niet echt gangbaar maar pas in de...
  • 1) Arbeidsschuw 2) Dupe 3) Eik 4) Geslachtsdeel 5) Klootzak 6) Lid 7) Mannelijk geslachtsorgaan 8) Naarling 9) Paal 10) Penis 11) Piem 12) Piemel 13) Pik 14) Pineut 15) P...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met lul:
    luldeluldenlulhannesenlulkoeklullenlulliglulligheidlullolult

    Deze woorden eindigen op lul:
    berenluldroplulelulgelulhondenlulklapluloetlul

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. lul (in pejoratieve samenstellingen)
    2. lul (mannelijk lid enz.)
    3. lul (stagzeil)