de sukkel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈsʏkəl]
Verbuigingen:  sukkel|s (meerv.)

domme en onhandige persoon
Voorbeeld:  `Die sukkel gooit steeds de melk om.`
Synoniemen:  kluns, klungel, sul,
aan de sukkel zijn  (een slechte gezondheid hebben of andere tegenslagen hebben)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ezel hannes idioot klungel kluns lul minkuk minkukel oen onnozelaar onnozele rund schaapskop schapenkop schlemi schlemiel sijsjeslijmer slak slemiel slung stakker stommeling stommerd stumper sufferd sul talmer teut treuzel treuzelaar treuzelkous uilenbal uilskuiken watje

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] het sukkelen, het lijden; [figuurlijk] aan den - zijn, in de kroeg aan het zuipen zijn, er op uit zijn. ~, m. en v. ...
  2. •een wat dommig, onhandig persoon.
  3. 1) Al te goed mens 2) Arme ziel 3) Beklagenswaardig schepsel 4) Beuzelaar 5) Bloed 6) Brekebeen 7) Domkop 8) Dommerik 9) Domoor 10) Doodgoed mens 11) Duts 12) Ezel 13) Go...
  4. iemand die erg onhandig is vb: die sukkel kan zijn veters nog niet strikken Synoniemen: klungel kluns knuppel lul
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met sukkel:
sukkel voortsukkeldesukkeldensukkelensukkeligsukkelssukkelt

Deze woorden eindigen op sukkel:
versukkel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sukkel

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `sukkel`.