de schoft

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [sxɔft]
Verbuigingen:  schoft|en (meerv.)

<scheldwoord>
immorele man
Voorbeeld:  `Wat een vuile schoft!`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eik eikel ellendeling fielt hoerenjong hond klier klootzak kreng kuttenkop loeder lul mispunt naarling pleurislij pleurislijer ploert rotzak schaft schobbejak schoelje schou schouder schurk smeerlap smiecht smiek stinkerd

13 definities op Encyclo
  1. 1> dagdeel. Zie bij schaft. 2> val- of schuifdeur in een omloopriool of duiker. Ook een rinket.
  2. een derde of vierde werkdag. Bij het baggeren is 1 schaft ongeveer gelijk aan 144 kubieke Rijnlandse voet = 144 x 0,030959 m
  3. iemand die slechte dingen doet vb: die moordenaar is een echte schoft Synoniemen: boef crimineel schurk misdadiger schobbejak bandiet schooier ellendeling hoogste deel va...
  4. Het deel van het lichaam waar de nek overgaat in de rug. De toppen van de schouderbladen wordt aangehouden voor de meting.
  5. Dat deel van het lichaam waar de nek overgaat in de rug. Hiervoor worden de toppen van de schouderbladen aangehouden.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schoft:
schoftenschofterigschofthoogteschofthoogtenschofthoogtes

Deze woorden eindigen op schoft:
onbeschoft

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. schoft (gemene vent)
  2. schoft (grendel; deel van de dag)
  3. schoft (schouder)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `schoft`.