roede

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  roedes
Verbuigingen:  roedetje

1) een bundel takken waarmee geslagen kan worden

2) holle of massieve (metalen) staaf

3) , een lengtemaat die qua afmeting verschilde van plaats tot plaats

4) , een oppervlaktemaat die qua afmeting verschilde van plaats tot plaats


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
garde lid lul penis piem pik staaf

20 definities op Encyclo
  1. 1. Eén van de houten latten waarin vensterglazen zijn gevat. Meestal lopen de roeden zowel horizontaal als verticaal door. Bij een kruisroede verdelen de roeden het vens...
  2. landmaat (roede=14 m2), ook gevonden oppervlakte maat, groot ca 12,569 ca, in elk deel van het land anders van oppervlak.
  3. lengtemaat die lokaal vrij sterk varieerde; de Amsterdamse was 4,53 meter. K: Amsterdamse roede 13 of 16 voet; Rijnlandse roede 12 of 16 voet ook: roeij .
  4. oude lengte- en oppervlaktemaat.
  5. Let op: Spelling van 1858 eene lengtemaat van 10 Nederlandsche ellen of meters
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met roede:
roedelroedes

Deze woorden eindigen op roede:
guldenroedewichelroedetuchtroededonderroede

Herkomst volgens etymologiebank.nl
roede (bundel twijgen; houten of metalen stok)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `roede`.