I inhouden

werkw.
Uitspraak:  ɪnhɑudə(n)]
Vervoegingen:  hield in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingehouden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) niet naar buiten laten of tegenhouden
Voorbeelden:  `je buik inhouden`,
`je adem inhouden`
je pas inhouden  (minder snel gaan lopen)

2) betekenen of impliceren
Voorbeelden:  `De maatregel houdt in dat iedereen moet bezuinigen, maar niet iedereen even veel.`,
`Dat hij niet gekomen is houdt in dat hij nog steeds boos op ons is.`

3) niet uitbetalen
Voorbeeld:  `Op je loon zijn de loonbelasting en de premies ingehouden.`


II zich inhouden

reflexief werkw.
Uitspraak:  ɪnhɑudə(n)]
Vervoegingen:  hield zich in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft zich ingehouden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

zich beheersen
Voorbeeld:  `Ik werd heel boos, maar ik heb me ingehouden.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
achterhouden afhouden aftrekken beduiden bedwingen beheersen behelzen beknibbelen besluiten bestaan betekenen bevatten blijven staan geen afstand doen van houden in mindering brengen inslikken rustig blijven stilhouden stilstaan stoppen verrekenen

4 definities op Encyclo
  1. je beheersen, niets zeggen, terwijl je dat graag zou willen vb: ik werd erg boos, maar ik hield me in! Synoniemen: bedwingen beteugelen matigen Tegenstelling: uitleven ie...
  2. •een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen. •niet uitademen. •een niet onmiddellijk duidelijke betekenis hebben.
  3. 1) Achterhouden 2) Afhouden 3) Afremmen 4) Aftrekken 5) Beduiden 6) Bedwingen 7) Beëindigen 8) Beheersen 9) Behelzen 10) Beknibbelen 11) Besluiten 12) Bestaan 13) Beteke...
  4. [Nederlands] Betekenen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inhouden`.