aftrekken

werkw.
Uitspraak:  ɑftrɛkə(n)]
Vervoegingen:  trok af (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft afgetrokken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (een getal) kleiner maken (met een ander getal)
Voorbeelden:  `Ik moet 25 euro reiskosten aftrekken van het honorarium van 100 euro en houd dus 75 euro over.`,
`investeringen aftrekken van de winst`
Antoniem:  optellen
Synoniem:  verminderen

2) (een man) seksueel bevredigen
Voorbeeld:  `jezelf aftrekken onder de douche`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afhouden afschillen aftrekking distilleren getallen van elkaar aftrekken in mindering brengen inhouden slijten splijten substractie van het lijf trekken verrekenen zich aftrekken optellen (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
• de handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
Naar de spreekwoorden

12 definities op Encyclo
  1. bevredigen - Jaar van herkomst: 1906 (WNT Suppl ) in de wiskunde: verminderen - Jaar van herkomst: 1445 (Claes Tw. 9 )
  2. Met de hand een man laten klaarkomen door de eikel te stimuleren.
  3. Jongens trekken zich af en bij meisjes noem je het vingeren als ze masturberen. Je kan dat met je hand doen door de voorhuid over de eikel te bewegen. Je kan bewegingen i...
  4. de ene hoeveelheid van de andere hoeveelheid afhalen vb: als je 3 van 7 aftrekt, dan hou je 4 over Synoniem: afhouden Tegenstelling: optellen zorgen dat hij een zaadlozin...
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Aftrekken``] een schot uit het geweer of uit eenen vuurmond; het geschiedt door middel van den aftrekker, die bij het geweer op den...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aftrekken (verwijderen; rekenkundig verschil bepalen; masturberen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aftrekken` kennen.