verrekenen

werkw.
Uitspraak:  [və'rekənə(n)]
Vervoegingen:  verrekende (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft verrekend (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) uitrekenen of er iets bijbetaald of juist terugbetaald moet worden
Voorbeeld:  `De huur van de laatste maand voor onze verhuizing wordt verrekend met de borg die we ooit betaald hebben.`

2) een fout maken bij het rekenen
Voorbeeld:  `De winkel had zich verrekend, maar gelukkig kreeg ik het teveel betaalde geld terug.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afbetalen afhouden afrekenen aftrekken een rekenfout maken in mindering brengen inhouden liquideren misrekenen vereffenen zich bij het rekenen vergissen zich misrekenen

3 definities op Encyclo
  1. 1) Afbetalen 2) Afhouden 3) Afrekenen 4) Aftrekken 5) Betalen 6) Een telfout maken 7) Inhouden 8) Liquideren 9) Misrekenen 10) Rescontreren 11) Vercijferen 12) Verdiscont...
  2. [overeenkomstenrecht] situatie waarbij twee vorderingen tot hun gemeenschappelijk beloop teniet gaan. Bijv. X verrekent de factuur van Y met zijn eige…
  3. Tegen elkaar wegstrepen van vorderingen die partijen over en weer op elkaar hebben. Daardoor hoeven niet alle betalingen te worden gedaan, maar alleen het saldo dat na h...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `verrekenen`.