inslikken

werkw.
Uitspraak:  ['ɪnslɪkə(n)]
Vervoegingen:  slikte in (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ingeslikt (volt.deelw.)

1) door je keel naar binnen slikken
Voorbeelden:  `De peuter heeft per ongeluk het speelgoedbeestje ingeslikt.`,
`na het tandenpoetsen het water in je mond inslikken`
Antoniem:  uitspugen
Synoniem:  doorslikken

2) zeggen dat (een eerdere uitspraak) niet waar is
Voorbeeld:  `kritiek inslikken omdat die niet terecht blijkt te zijn`
Synoniemen:  terugnemen, herroepen, intrekken,

3) (woorden, klanken) onduidelijk uitspreken
Voorbeeld:  `In het woord 'zakdoek' wordt de 'k' ingeslikt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beheersen doorslikken inhouden rustig blijven terugnemen verzwelgen

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn woorden inslikken (=niet uitspreken)
Naar de spreekwoorden

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Beheersen 2) Doorslikken 3) Inhouden 4) Innemen 5) Niet uiten 6) Onduidelijk spreken 7) Opslokken 8) Terugnemen 9) Verkroppen 10) Verzwelgen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `inslikken`.