het gaatje

zelfst.naamw.
Uitspraak:  xacə]
Verbuigingen:  gaatje|s (meerv.)

kleine opening
Ik heb nog wel een gaatje in mijn agenda.  (ik heb nog wel een vrij tijdstip in mijn agenda)
een gaatje in je hoofd hebben  (gek zijn)
tot het gaatje gaan  (tot het uiterste gaan)
praatjes vullen geen gaatjes  (beloften alleen zijn onvoldoende)

Zie ook:  gat

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gat lek prik waterlek

Spreekwoorden en zegswijzen
• tot het gaatje gaan (=volhouden)
• doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt.)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met gaatje een ander begrip versterken?
tot het gaatje gaan;

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Beschadiging in een kies 2) Gat 3) Kleine opening 4) Lek 5) Opening 6) Prik 7) Tandprobleem 8) Waterlek
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
gaatje in de uitdrukking tot aan het gaatje gaan (hardnekkig volharden)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gaatje` kennen.