beknibbelen

werkw.
Uitspraak:  [bə'knɪbələ(n)]
Vervoegingen:  beknibbelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft beknibbeld (volt.deelw.)

minder geld uitgeven
Voorbeelden:  `de overheid beknibbelt`,
`beknibbelen op personeelskosten`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afdingen besparen knibbelen knijpen schrapen

2 definities op Encyclo
  • [Belgisch Nederlands] bedillen
  • 1) Afdingen 2) Afdingen op 3) Bekorten 4) Besparen 5) Bezuinigen 6) Knibbelen 7) Knijpen 8) Krenten 9) Pietluttig bezuinigen 10) Schrapen
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    beknibbelen (afdingen op, tornen aan)