fonkelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈfɔŋkələ(n)]
Vervoegingen:  fonkelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefonkeld (volt.deelw.)

fel en beweeglijk licht geven
Voorbeeld:  `Sterren fonkelden aan de donkere hemel.`
Synoniemen:  flonkeren, schitteren, glinsteren,

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blinken flikkeren flonkeren fonkeling glanzen glimmen glinsteren glitter schijnen schitteren schittering sprankelen stralen twinkelen

Intensiveringen
Hoe kun je met fonkelen een ander begrip versterken?
fonkelnieuw;

3 definities op Encyclo
  • felle lichtjes uitstralen die bewegen vb: haar ring fonkelde in het donker Synoniemen: schitteren flonkeren glinsteren sprankelen
  • 1) Blinken 2) Branden 3) Flikkeren 4) Flonkeren 5) Fonkeling 6) Glanzen 7) Glimmen 8) Glinsteren 9) Gloeien 10) Levendig glanzen 11) Petilleren 12) Schijnen 13) Schittere...
  • levendig glanzen Jaar van herkomst: 1812 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    fonkelen (levendig stralen of glanzen)