de broek

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [bruk]
Verbuigingen:  broek|en (meerv.)

kledingstuk met pijpen om je benen
Voorbeeld:  `een broek dragen`
korte broek  (broek met korte pijpen)
lange broek  (broek met lange pijpen)
de broek aanhebben  (de baas zijn over je partner)
het in je broek doen  (je plas niet kunnen ophouden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
drasland moer moeras pantalon

Spreekwoorden en zegswijzen
• zij hebben een te grote broek aangetrokken. (=die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed hebben.)
• het in zijn broek doen (=erg veel schrik hebben)
• het een eind uit de broek laten hangen (=royaal zijn)
• de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
• de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
Toon alle 8 spreekwoorden die broek bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met broek een ander begrip versterken?
het in je broek doen van angst; je de ballen uit de broek;

25 definities op Encyclo
  1. 1> reim, band of touw dat rond het heleschip gelegd wordt, wanneer er stevig aan getrokken moet worden en er geen deugdelijke punten aan dek te vinden zijn. 2> onderlijk ...
  2. Bevedering van de achterbenen (tot spronggewricht).
  3. Laag moerasbos, kreupelhout in een nat gebied.
  4. Bevedering aan de achterbenen (tot spronggewricht).
  5. overdadige losse bevedering van dijen en achterdeel.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met broek:
broekenbroekkousenbroekriembroekspijpbroekzakbroekzakken

Deze woorden eindigen op broek:
skibroekonderbroekstretchbroekwielrenbroekpofbroekschijtebroekkoersbroekluierbroekjoggingbroekkniebroekbadbroekdriekwartbroekjeansbroekspanbroekzomerbroeksportbroekdamesonderbroekherenonderbroekjoggingsbroekspijkerbroek

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. broek (drassig lang)
  2. broek (kledingstuk)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `broek` kennen.