glinsteren

werkw.
Uitspraak:  xlɪnstərə(n)]
Vervoegingen:  glinsterde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geglinsterd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

fel en beweeglijk licht geven
Voorbeelden:  `De gouden koepel van de kerk glinsterde in de zon.`,
`Ze was heel blij en haar ogen glinsterden.`
Synoniemen:  fonkelen, schitteren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blinken fonkelen glimmen schitteren

3 definities op Encyclo
  1. felle lichtjes uitstralen die bewegen vb: de steentjes in mijn armband glinsteren Synoniemen: schitteren flonkeren fonkelen sprankelen
  2. 1) Blinken 2) Flonkeren 3) Fonkelen 4) Glanzen 5) Glariën 6) Glimmen 7) Lichtjes schitteren 8) Naar alle richtingen blinken 9) Schitteren 10) Stralen
  3. schitteren Jaar van herkomst: 1350 (HWS )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met glinsteren:
glinsterend

Herkomst volgens etymologiebank.nl
glinsteren (fonkelen, schitteren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `glinsteren`.