schijnen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxɛinə(n)]
Vervoegingen:  scheen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschenen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) licht geven
Voorbeelden:  `De zon schijnt.`,
`Die lamp schijnt hinderlijk in mijn gezicht.`

2) lijken te zijn, zonder dat je weet of het zo is
Voorbeelden:  `Zij schijnt pas achttien jaar oud te zijn.`,
`Er schijnt hier vroeger een Romeinse tolweg gelopen te hebben.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
de schijn van iets hebben doen voorkomen eruit zien flikkeren fonkelen glanzen licht geven licht verspreiden lijken overkomen sprankelen stralen toeschijnen twinkelen voorkomen

Spreekwoorden en zegswijzen
• ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn. (=hoed je voor onoprechte vrienden.)
• iemand in de ogen schijnen (=iemand hinderen)
• de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
• de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. stralen Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
  2. • [copl] zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze. •in constructie met te + onbepaalde wijs: naar verluidt. • [inerg] straling uitzenden.
  3. het ziet er zo uit, maar hoeft niet zo te zijn vb: het schijnt een aardige jongen hij schijnt weer te werken [dat heb ik horen zeggen] naar het schijnt ... [het lijkt zo ...
  4. 1) Flikkeren 2) Fonkelen 3) Glanzen 4) Gloeien 5) Gloren 6) Hulpwerkwoord 7) Koppelwerkwoord 8) Licht geven 9) Licht uitstralen 10) Lichten branden 11) Lijken 12) Overkom...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op schijnen:
beschijnendoorschijnentoeschijnenverschijnen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schijnen (stralen; een bepaalde indruk maken)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `schijnen` kennen.