twinkelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtwɪŋkələ(n)]
Vervoegingen:  twinkelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getwinkeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van sterren) schijnbaar snel achter elkaar meer of minder licht geven
Voorbeeld:  `een heldere nacht met twinkelende sterren aan de hemel`
Synoniem:  schitteren

2) (van ogen) bewegend licht uitstralen of weerkaatsen
Voorbeeld:  `Met twinkelende ogen vertelde hij over zijn avontuurtje.`
Synoniemen:  glinsteren, stralen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flikkeren fonkelen glanzen schijnen sprankelen stralen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Flikkeren 2) Fonkelen 3) Glanzen 4) Pinkelen 5) Schijnen 6) Schitteren 7) Schitteren van de ogen 8) Sprankelen 9) Stralen 10) Vrolijk schitteren
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
twinkelen (flonkeren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `twinkelen`.