schitteren

werkw.
Uitspraak:  [ˈsxɪtərə(n)]
Vervoegingen:  schitterde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geschitterd (volt.deelw.)

1) fel, bewegend licht uitstralen of weerkaatsen
Voorbeeld:  `Vanuit het vliegtuig zag je de meertjes schitteren in het zonlicht.`
Synoniemen:  fonkelen, twinkelen

2) (van iemand) opvallen als mooi, goed, slim of geestig
Voorbeeld:  `Ze schitterde door een onverwacht snelle tijd neer te zetten.`
schitteren door afwezigheid  (niet aanwezig zijn waar je wel verwacht wordt) `De meeste kaderleden schitterden door afwezigheid.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
excelleren fonkelen glans glinsteren luister onderscheiden opvallen overtreffen pralen prijken uitblinken uitmunten uitsteken

Spreekwoorden en zegswijzen
schitteren door afwezigheid. (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd.)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je schitteren krachtiger uitdrukken?
schitteren als een diamant;

4 definities op Encyclo
  • •een sterk licht verspreiden. •opvallen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  • felle lichtjes uitstralen die bewegen vb: de diamant schitterde in de zon Synoniemen: flonkeren fonkelen glinsteren sprankelen opvallen en bewonderd worden vb: ze schitte...
  • 1) Bliksemen 2) Blinken 3) Bogen 4) Brilleren 5) Excelleren 6) Flonkeren 7) Fonkelen 8) Glans 9) Glanzen 10) Glariën 11) Glimmen 12) Glinsteren 13) Gloeien 14) Gloren 15...
  • glinsteren Jaar van herkomst: 1617 (WNT )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met schitteren:
    schitterend

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    schitteren (blinken, gunstig opvallen)