doen

werkw.
Uitspraak:  [dun]
Vervoegingen:  deed (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gedaan (volt.deelw.)

1) een handeling verrichten
Voorbeelden:  `Wat ben je aan het doen?`,
`een boodschap doen`,
`lief tegen iemand doen`
Synoniemen:  uitvoeren, handelen
er is niets aan te doen  (het kan niet anders, je moet dit accepteren)
iets van iemand gedaan krijgen  (zorgen dat iemand iets doet dat jij wilt) `Ik kreeg van hem gedaan dat hij me naar huis bracht.`
het met elkaar doen  (seks hebben met elkaar) Synoniem: vrijen

2)
het doen  (werken) `De lamp doet het niet.` Synoniem: functioneren

3) (op een plaats) brengen
Voorbeelden:  `een zakdoek in je zak doen`,
`kaas op je boterham doen`

4)
dat doet me ...  (ik ervaar dat als ...) `Zijn hartelijkheid doet me goed.` Synoniem:

5)
Ze doen maar.  (ik laat me er niet door beïnvloeden) Synoniem:

6)
Wie doet me wat?  (wie kan me tegenhouden?) Synoniem:

7) in orde maken
Voorbeelden:  `de kamer doen`,
`je haar doen`

8) ervoor zorgen dat iets gebeurt
Voorbeeld:  `Dat afstapje deed hem vallen.`
Synoniem:  veroorzaken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ageren bewerkstelligen doe doet handelen kosten leggen optreden uitrichten uitvoeren veroorzaken verrichten

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft)
• zich tegoed doen aan de vleespotten. (=onterecht mee profiteren.)
• zeggen wat je doet en doen wat je zegt. (=pro-actief communiceren en je houden aan toezeggingen)
• willens en wetens iets doen (=met opzet)
• voor geld kun je de duivel doen dansen. (=met geld kun je alles gedaan krijgen.)
Toon alle 53 spreekwoorden die doen bevatten

Taaladvies
Is de formulering Doe eens koffiezetten correct? Zie Doe eens koffiezetten

Intensiveringen
Hoe kun je met doen een ander begrip versterken?
te lelijk om dood te doen;

6 definities op Encyclo
  • •het verrichten van een werk. • [ov] een actie ondernemen. • [auxl] maakt van een ergatief werkwoord een causatieve constructie.
  • eraan werken, het uitvoeren vb: wie doet de vaat vanavond? iets van hem gedaan krijgen [ervoor zorgen dat hij het doet] zo gezegd zo gedaan [zoals we het afgesproken hadd...
  • [Belgisch Nederlands] laten
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 handel drijven. ‘Hij doet veel in roosjes.’
  • 1) Afleggen 2) Ageren 3) Bedrijven 4) Betrachten 5) Bewerkstelligen 6) Chinees schip 7) Concretiseren 8) Doe 9) Doet 10) Een werking verrichten 11) Functioneren 12) Hande...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met doen:
    doen aandoenbaardoendedoener

    Deze woorden eindigen op doen:
    aandoenafdoenboosdoendichtdoendienstdoendooddoengoeddoenjudoënmeedoennadoennietsdoenomdoenontdoenopdoenopendoenoverdoentekortdoentenietdoentoedoenuitdoen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    doen (handelen, verrichten, maken; veroorzaken)